Scroll Up
Drag to Scroll Up/Down
Scroll Down

Artikelen

- Identiteit - download het artikel
 

Identiteit

In de vorige nieuwsbrief schreef ik in ‘een stille tijd’ over de tarotkaart ‘de Dood’.
De koning met zijn hermelijnen mantel ligt al geveld onder het paard: hij is het eerste slachtoffer van de Dood.

Een koning is een wereldlijk heerser. Zijn heerschappij hoort bij deze wereld, de fysieke wereld van het lichaam en de materie. De twee torens op de achtergrond markeren de grens tussen deze tijdelijke wereld en de tijdloze wereld, gesymboliseerd door de stralende zon achter de torens. De kinderen en de geestelijke weten dat die tijdloze zonnewereld er is en zijn dus in staat om door de dood heen het leven te zien. Voor de koning eindigt alles met het einde van de vorm. Voor de geestelijke en de kinderen telt niet de vorm, maar de inhoud. Daarom kunnen zij de Dood in hun volle bewustzijn tegemoet treden.

In jungiaanse termen staat de koning voor het ego. De Dood maakt duidelijk dat het ego een tijdelijke constructie is, niet onze ‘ware’ identiteit. Hoe weet je wat je ware identiteit is? Wat is vorm en wat is inhoud, wat is tijdelijk en wat is tijdloos?

De dood

Identiteit wil ik omschrijven als dat wat hetzelfde blijft onder de meest uiteenlopende omstandigheden en veranderingen.

Als je ervan uitgaat dat je identiteit pas na je geboorte wordt gevormd, zul je die dus ook weer een keer verliezen. In ieder geval is je identiteit dan onderhevig aan constante verandering en dus niet ‘hetzelfde onder de meest uiteenlopende omstandigheden en veranderingen’. En hoe zit het met de aftakeling? Heb je in demente toestand of in een coma nog een identiteit en waar is die dan gebleven?

Als je denkt dat je ware identiteit zich uitstrekt tot na je dood en voor je geboorte, waaruit bestaat dan die ware identiteit? Het is niet de rups, niet de pop, maar ook niet de vlinder, niet de vorm. Toch is elke vorm een expressie, een verschijningsvorm van één en dezelfde identiteit.

Zhuangzi, de Chinese Taoïst, had een droom waarin hij een vlinder was. Bij het wakker worden, vroeg hij zich af of hij nu Zhuangzi was, die zojuist had gedroomd dat hij een vlinder was, of dat hij de vlinder was, die zojuist was begonnen te dromen dat hij Zhuangzi was. De echte vraag is, lijkt mij, wie degene is die met hetzelfde gemak kan zeggen ‘ik ben Zhuangzi’ als ‘ik ben een vlinder’.
In elke zin die begint met ‘ik ben…..’, zit de essentie in het woordje ‘ik’. Alles wat nog volgt, is een verschijningsvorm, een expressie van het ik. Je kunt er een meditatie van maken: laat elk antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ oplossen en vervliegen als zijnde relatief, beperkt en tijdelijk. Wat je overhoudt is: ‘IK BEN’. Daarmee bevestig je je ware identiteit zonder er etiketten op te plakken.

 

Het ego bestaat uit je antwoord op de vraag ‘wie of wat ben ik?’. De antwoorden kunnen steeds veranderen en zelfs onderling tegenstrijdig zijn: dat is niet meer dan normaal. Toch zijn er ‘antwoorden’ die we met heilige overtuiging koesteren en vasthouden. De wereld lijkt voor ons te vergaan als die heilige huisjes instorten.

Als een hardloper niet meer kan hardlopen, als een gezond mens ziek wordt, als een vredestichter woedend uithaalt, als een trouwe echtgenoot vreemd gaat…..

Veel van die veranderingen zijn onstuitbaar. Je hoeft er alleen maar voor te blijven leven en het voltrekt zich met een onverbiddelijke onvermijdelijkheid. Ieders levensloop kent van die fasen.
Alles verandert en wij zijn deel van de verandering. De I Tjing, het Boek der Veranderingen, brengt de structuur en de processen van de veranderingen in beeld. De I Tjing laat zien dat de veranderingen niet chaotisch en stuurloos zijn, maar organisch en cyclisch en dus ordelijk. Elke cyclus begint met een vooralsnog nauwelijks zichtbare kiem, waaruit een vorm, een verschijning groeit. Als de groei op zijn hoogtepunt is, begint de neergang van de vorm die zich uiteindelijk concentreert in een kiem, die een nieuwe cyclus inluidt.

Het zal duidelijk zijn dat het ego ook dergelijke cycli meemaakt. Periodes van groei zijn net zo wezenlijk als periodes van neergang en verval. Tijden van crisis dwingen ons tot bezinning, snoeien, zuinigheid en het stellen van nieuwe prioriteiten. Het kan fijn en uitdagend zijn om iets nieuws te leren of tot stand te brengen, maar het is net zo belangrijk om te oogsten, afscheid te nemen en terug te keren tot de bron.

Wat is de bron?

De I Tjing wijst op de onschuld, de oorspronkelijke natuur. In de Tarot hebben we de Zot en de Zon als symbolen van de kern van ons zijn. Dit zijn verwijzingen naar datgene in ons dat eeuwig jong blijft, hoe oud en door het leven getekend we ook zijn. Bij Jung is het de ‘puer’, de onsterfelijke jongeling, die telkens weer als een feniks herrijst uit de as.

Vlak voor een therapiesessie met Ruthann Pippenger, waar ik als de dood voor was, zei ze: ‘it’s only the personality that is shaking’. Dat brak bij mij de spanning en ik kon bevrijd lachen. Want wat had ik te verliezen? Dat miserabele, bange ikje?

Misschien heeft Nelson Mandela wel gelijk als hij zegt - citerend uit het boek ‘Return to Love’ van Marianne Williamson - dat we banger zijn voor onze grootheid dan voor onze kleinheid. Als je te bang bent om te vallen, kom je niet vooruit. Als je niet durft te verliezen, zul je nooit winnen.

Op de homepage van mijn website zie je tegen de achtergrond van de tarotkaart de Zon een spreuk van de Chinese filosoof Mencius: ‘Groot is hij die het hart van een kind bewaart’.
Mencius roept ons op tot een groot avontuur. Het kind in ons treedt elke situatie tegemoet zonder voorbehoud, zonder verwachting, niet gehinderd door het verleden. Elk moment is nieuw en uniek. Het kind in ons kan zeggen ’IK BEN’ zonder dat verder te hoeven invullen. Niet de invulling telt, maar het ZIJN zelf. Dat is al meer dan genoeg om voluit te kunnen leven en ‘ZIN’ te ervaren.
‘Zin’ vind ik een mooi woord. Het verwijst zowel naar een diepere ‘betekenis’ als naar ‘lust’. Als je beide betekenissen samen neemt, kom je uit bij een zinvolle ‘activiteit’. Zin vraagt om actie. Het is letterlijk ‘zin-geving’!

Als je zin hebt, is er leven en aandacht en betrokkenheid. Aandacht en betrokkenheid zijn scheppende, voedende krachten. Je brengt er iets mee teweeg! Tegelijk nodig je datgene waar je aandacht op is gevestigd uit om iets bij jou teweeg te brengen.

Als de vorm sterft

Tijden van crisis en neergang wensen we niet en meestal hebben we er vooraf weinig zin in. In de bloeifasen van het leven groeien we door vermeerdering, in de neergang groeien we door vermindering. Het ego moet oude identificaties en gehechtheden loslaten om ruimte te maken voor een nieuwe start.

Het is als een slang die uit zijn oude huid kruipt om verder te kunnen groeien. Hij moet zijn beschermende omhulsel loslaten, waardoor hij een tijdlang heel kwetsbaar is en zich moet verbergen voor de buitenwereld. Toch is het zijn enige kans om verder te groeien.

Dieren en planten weten wanneer het tijd is en maken er geen groter drama van dan nodig is. Voor ons mensen is het vaak wel een groot drama, omdat ons ego geïdentificeerd is geraakt met de ‘vorm’: je verworven positie, je reputatie, je netwerk, je kundes en vaardigheden, je overtuigingen en je gekoesterde idealen. Wat blijft er van je over als dat alles niet voldoende waarde blijkt te hebben om je door deze crisisfase heen te helpen?

Veel van onze pijn heeft te maken met onze gehechtheid aan bevestiging en erkenning. We moeten bevestigd krijgen dat we OK zijn om ons OK te kunnen voelen. Voor het kind in ons is dat geen probleem. Je bent al OK! Achter de torens van de kaart de Dood schijnt voor altijd de Zon.

De zon

Kijk toch eens wat een zinderende energie op de kaart! Alles is licht en beweging en dynamiek. Toch is alle kracht geconcentreerd in het kleine, kwetsbare kind. Hij is totaal in harmonie met de dynamiek om hem heen. Ook zonder leidsels is het paard hem gehoorzaam toegewijd. De zon is opgekomen om hem zichtbaar te maken. De zonnebloemen keren zich stralend naar hem toe.

 

Binnenkort is het Pasen. Elk jaar wordt de datum voor het paasfeest opnieuw vastgesteld. Dat gaat volgens drie regels, die allemaal uitgaan van hetzelfde principe, namelijk de overwinning van het licht van de lente op het donker van de winter.

De eerste regel is dat Pasen moet vallen na 21 maart, de dag dat dag en nacht precies even lang zijn. Vanaf 21 maart overheerst de dag de nacht.

De tweede regel is dat Pasen valt op de eerste zondag na volle maan (na 21 maart).
De maan als vertegenwoordigster van de nacht neemt het nog tegen de zon op als ze rijzende is, maar na volle maan moet ze afnemen. De krachten van het licht komen terug.

Tenslotte moet het een ZONdag zijn, wat voor zichzelf spreekt. Het belangrijkste moment van Paaszondag is de zonsopkomst, als het licht van de zon de duistere aarde weer bestraalt. Bij zonsopkomst vond Maria Magdalena het lege graf van Jezus. Op meerdere plaatsen worden er op de Paasochtend processies gehouden en vuren aangestoken. Een mooi moment om je eigen ritueel te doen!

Het oordeel

De laatste kaart die ik onder jullie aandacht wil brengen, is kaart 20, het Oordeel, maar ik noem hem liever ‘de Opstanding’, want dat is wat er op de kaart gebeurt.

De afgeslotenheid van de driedimensionale doodkisten wordt ontmaskerd als zijnde een illusie. De mensen zijn naakt: hun buitenkant-identiteit is verdwenen. Er is geen sprake meer van rouw om wat verloren is gegaan. Nu telt alleen nog de vreugde dat er een nieuw begin mogelijk is in een bestaan met meer diepte en dimensies dan je je ooit kon voorstellen.

 

Oude artikelen:

- Een stille tijd - download het artikel
- De wereld van Tarot - download het artikel
- Dromen en Tarot - download het artikel
- De vele gezichten van de duivel - download het artikel
- Engelen in de Tarot - download het artikel